Ik ontving gisteren een lange mail van een bezorgde moeder, met het onderwerp: hulp gevraagd.
Als ik haar mail lees, valt me de gelijkenis op met de verhalen van de drie andere moeders die mij afgelopen anderhalve week benaderden om te onderzoeken wat ik voor hun kind zou kunnen betekenen. Tijdens de telefonische kennismaking doe ik eigenlijk maar vier dingen: luisteren, vragen stellen, de hulpvraag destilleren en tot slot uitleggen hoe ik werk en wat ik voor hun kind zou kunnen betekenen.
De overeenkomsten uit de vier verhalen waren opmerkelijk:
Jaren zoeken
Alle vier de moeders belden over hun kind dat vastloopt in het basisonderwijs. Ik trek ruim de tijd uit voor het kennismakingsgesprek en dat is ook nodig, want er is vaak al een hele zoektocht afgelegd. De problemen beginnen in de onderbouw, resultaten blijven achter, er wordt naar de juiste hulp gezocht. Er wordt van alles geprobeerd, met wisselend resultaat. Eerst binnen school, maar in een later stadium wordt het samenwerkingsverband ingeschakeld, een intern begeleider, een hoogbegaafdheidsspecialist, een ergotherapeut, etc. Ouders zijn al jaren aan het zoeken en worstelen.
School ziet het niet
Mijn kind is (vermoedelijk) hoogbegaafd, maar ‘school ziet het niet’. De desbetreffende leerkracht kijkt vooral naar de CITO-scores die niet voldoende zijn OF school erkent dat ons kind hoogbegaafd is maar geeft aan niet te weten hoe hier mee om te gaan. Mijn kind krijgt nu een VMBO-advies op basis van de CITO-scores. Dat vinden we prima, als dat een passende plek is voor ons kind, maar we denken dat er meer inzit. Niet zelden voelen ouders de noodzaak om hun kind te laten testen, zodat zwart op wit staat wat het kind aan intelligentie in huis heeft en school daar niet meer omheen kan. In alle vier de gevallen leek school pas in beweging te komen, nadat de testuitslagen (hoogbegaafdheid en/of dyslexie) waren aangeleverd.
Extra hulp helpt maar deels
Het hielp toen mijn kind een leerkracht/hulpverlener kreeg die bekend is met beelddenken/hb, wordt door de moeders verteld. Daarnaast helpt het enorm als het kind een leerkracht heeft, die het kind ziet, een goede klik met het kind heeft en zich niet autoritair opstelt. Ondanks dat bleef de struggle met achterblijvende schoolresultaten. Ook inhoudelijke hulp op school, d.m.v. een leesgroepje, rekenklasje of individuele aandacht van een intern begeleider hielpen wel iets, maar niet afdoende.
Het kind gaat zichzelf als probleem zien
Wanneer een kind zo lang aan het ploeteren is, ontstaat er logischerwijs weerstand, faalangst of sociaal-emotionele problematiek. Risico hiervan is, dat er op gedrag aangestuurd gaat worden, waardoor de oorzaak van het probleem nog verder ondergesneeuwd raakt. Door alle extra hulp die wordt geboden, krijgen veel kinderen vooral het gevoel dat er iets mis met hèn is. Ook al staat op papier dat ze hoogbegaafd zijn, als het niet uit de CITO’s blijkt en ze tijdens en/of buiten schooltijd allerlei extra hulp krijgen, dan trekken ze helaas vaak de conclusie: ik ben gewoon dom.
Dat er zo’n enorme overlap in deze verhalen zit, dat is geen toeval, hier ontstaat een patroon.
Anders leren
Ik ben ontzettend blij te horen dat de ouders hun kind herkennen in de teksten op mijn website. In mijn ervaring is die jarenlange struggle vaak niet nodig. De mismatch met het schoolsysteem kan ik niet oplossen, maar ik kan het kind en diens ouders wel uitleggen hoe het brein van het kind werkt. Waarom er problemen op school ontstaan. Kennis over beelddenken en hoogbegaafdheid is gelukkig steeds vaker wel binnen de scholen en hulpverlening en dit helpt een kind ook echt, maar het leerprobleem blijft alsnog bestaan. Ik ga een stap verder door het kind op een andere manier te leren leren, waardoor hij of zij wel gaat leren automatiseren. Hiaten worden weggewerkt, waardoor leren makkelijker wordt en ook leuker. Er wordt een stevige basis gelegd voor de toekomst en het zelfvertrouwen van de leerling keert weer terug. De ouder zit altijd bij alle sessies. Hierdoor kan de ouder op een gegeven moment zijn/haar kind zelfstandig verder begeleiden.
Afgelopen week werd het bovenstaande patroon mij opeens heel helder. Hier valt zoveel over te vertellen dat ik deze onderwerpen verder wil uitdiepen in een serie blogs.
Nog even dit: Ik besef heel goed dat er veel leerkrachten, intern begeleiders en andere onderwijsprofessionals zijn die zich met enorme betrokkenheid inzetten voor hun leerlingen. De situaties die ik hier beschrijf, zijn de verhalen van ouders die uiteindelijk bij mij terechtkomen, omdat hun kind (ernstig) is vastgelopen. Dat is vanzelfsprekend geen representatief beeld van alle scholen, maar wel een patroon dat ik in mijn praktijk regelmatig tegenkom.